De Grote Pyramide van Gizeh (2)

In 1638 bezocht de 36 jaar oude Engelse mathematicus John Greaves de Pira­mides omdat in Europa de interesse ontwaakte in een verleden buiten Europa. Greaves was ervan overtuigd dat de Piramide meer was dan een graftombe en evenals kalief Al Mammun was hij de overtuiging toegedaan dat de Piramide kennis uit het verleden moest bevatten. In het begin werd hij slechts overvallen door horden opstuivende vleermuizen en vond hij niets dat niet al bekend was.                                                                                                                Doch toen deed hij zijn belangrijkste ontdekking: hij vond in de grond van de grote galerij een smalle bron, die recht omlaag voerde in absolute duisternis. Hij probeerde in deze put
af te dalen, maar kwam niet verder dan zestig voet. Bedorven lucht en woedende
vleermuizen belemmerden hem om deze put verder te onderzoeken. Hij verzamelde alle wiskundige gegevens en legde deze vast in een klein boekje, dat hij Pyramidagraphia als titel meegaf. Dit boekje bereikte echter andere wetenschappers van zijn tijd, zoals William Harvey en de fysicus Isaac Newton, die ermee aan de slag gingen.

Toen de geleerden en deskundigen ten tijde van Napoleon’s veldtocht al hun bevindingen in kaart hadden gebracht, kwamen ze tot enkele opvallende ontdekkingen:

  • Wanneer men de grote piramide als de centrale meridiaan neemt en doortrekt, dan deelt deze de Nijldelta in twee gelijke delen;
  • de piramidemeridiaan deelt bovendien de aarde in twee precies gelijke
    delen, dat wil zeggen, dat er evenveel land ten oosten als ten westen ervan ligt.
  •  Deze meridiaan loopt over het maximum aan continenten en het minimum aan
    zeeën en is feitelijk het natuurlijke beginpunt van de lengtegraden.

Hiervoor spreekt nog een ander argument, namelijk: haar unieke positie op het aardoppervlak ten opzichte van het magnetische noorden. De vier schuine zijden, die naar elkaar toelopen vanaf de vier punten van het kompas zijn daarmee in volmaakte overeenstemming. De oriëntatie van de piramide is exact op 4’30” na.

De plaatsbepaling van de piramide is dermate uniek, dat het niet anders kan dan dat haar bouwers kennis bezaten van de gehele oppervlakte van onze planeet en de beweging van onze aarde.

Recentelijk werd ontdekt, dat de ligging van de drie piramides ten opzichte van elkaar exact overeenkomt met de ligging van drie planeten in de gordel van het sterrenbeeld Orion en dat Zeta Orionis waarneembaar is via de noordelijke schacht vanuit de z.g.
Koningskamer.

Tot voorheen had men aangenomen dat de vier schachten, die vanuit het binnenste van de piramide naar de buitenwand toe leiden, bedoeld waren als ventilatiekanalen, maar nu is
duidelijk vastgesteld dat de richtingen van de vier schachten duidelijkgeoriënteerd zijn op vier grote sterren:

Zeta Orionis, Alpha Draconis, Sirius en Beta in de ons meest bekende en zo   vertrouwde sterrenbeelden: Orion, de Grote Hond, de Draak en de Kleine Beer.    Al veel langer was bekend, dat de schacht bij de ingang georiënteerd is op de Poolster.

Deze oriëntaties zijn een buitengewoon knap staaltje wanneer men bedenkt, dat de aardas door haar schommeling van jaar tot jaar naar opeenvolgende punten van de hemel gericht is en dat het 25.800 jaar duurt, voordat ze opnieuw op dezelfde plaats komt.

De grote piramide werd als eerste van de drie gebouwd en haar architect rekende met speciale maten en wel de ‘heilige el’ en de ‘piramidale duim’. In het interieur van de piramide bevindt zich een massief blok steen, dat totaal kunstmatig glad werd afgeslepen
behalve een onbewerkte ruwe plek aan de oppervlakte. De lengte van deze onbewerkte plek kwam overeen met de lengte van de engelse duim, een éénheidsmaat, gelijk aan het 500 miljoenste deel van de aardas. Het is daarom juist de Engelsen gelukt om exacte metingen te verrichten. Hun éénheidsmaat is praktisch identiek aan die, welke de piramidebouwers en de Hebreeuwen ge­bruikten. Het héél kleine verschil tussen de engelse duim en de Hebreeuwse- of piramidale duim bedraagt slechts 11/10.000 en de overeenkomst van de twee eenheidsmaten was nog perfect ten tijde van Elisabeth I.

Aan de hand van deze maten kwam men tot de ontdekking dat de som van de basis van de vier zijden gedeeld door tweemaal de verticale als als uitkomst 3,14, dus het getal Pi heeft. De hoogte vermenigvuldigd met 1 miljoen geeft de afstand tussen de Aarde en de Zon
aan. De omtrek van de basis is 36.524 duim, zijnde 100 x de lengte van een jaar in dagen.

Aan de hand van deze gegevens kregen geleerden een sleutel in handen, waarmee ze ook voorstellingen van de gulden snede, de gouden rechthoek en de logaritmische spiraal terugvonden.

Over resoundeffects

Mijn naam is Gabriele van Doorn, ik woon in Heerlen - Parkstad Z.Limburg. * mijn website is te vinden op: www.klank-kleur.nl/ * en U kunt me vinden op: http://nl.linkedin.com/in/gabrielevandoorn
Aside | Dit bericht werd geplaatst in Mysteries, Pyramide van Gizeh en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s