De Grote Pyramide van Gizeh (4)

In het voorjaar van 1985 bezochten twee Franse architecten, Gilles Dormion en Jean-Patrick Goidin, de grote Piramide. Toen zij dit grote monument in ogenschouw namen vielen zij over een aantal dingen, die zij direct onlogisch vonden.

Een aantal van de grote blokken waren verticaal gestapeld ten opzichte van de andere blokken en verstoorden zodoende het normale patroon.
In bepaalde delen van de piramide troffen zij vreemde ruw gekapte stenen aan tussen volledig gladgepolijste stenen. Deze structurele abnormaliteiten intrigeerden hen en zij zagen hierin aanwijzingen die konden leiden tot het opsporen van verborgen kamers.

Aangezien Dormion en Goidin een aanzienlijk technologische voorsprong bezaten op andere piramidale ‘detectives’ wisten zij zich te verzekeren van de medewerking van diverse instanties. Na een aantal vooronderzoeken kwamen zij in 1986 terug met een microgravimeter, een buitengewoon ontwikkeld apparaat dat in staat is de dichtheid van materie te meten en zodoende leegte ruimte te traceren. En achter de muur van de gang, die leidt naar de Koninginnekamer, gaf dit apparaat inderdaad lege ruimte aan, zoals zij hadden voorspeld aan de hand van de structurele afwijkingen.

Zij kregen van de Egyptische overheid toestemming om in de eeuwenoude muren te boren teneinde dit raadsel te ontsluieren. Dagenlang boorden de beide architecten en hun helpers in de dikke muren om tenslotte met wat zakjes fijn zand te eindigen.De micorgravimeter scheen in de Piramide weliswaar lege ruimte te meten, maar was om één of andere reden niet in staat de exacte locatie ervan te bepalen.

Het was Rudolf Gantenbrink, die met zijn radiobestuurde robot UPUAUT een kleine verborgen ruimte ontdekte in de Grote Piramide!

Vanuit de z.g. Koninginnekamer loopt een gang 60 meter omhoog om 17 meter voor de buitenwand te eindigen. Aangezien het voor een menselijk wezen onmogelijk is om door deze smalle en lage gang te kruipen, construeerde Gantenbrink de met een camera uitgeruste UPUAUT. Aan het einde van deze uiterst nauwe gang bevindt zich een kalkstenen afsluiting met twee koperen handgrepen. Het eerste metaal, dat ooit in een piramide is gevonden. De ruimte achter de kalkstenen plaat, die een spleet van ca. 8 mm vertoonde tussen plaat en vloer, heeft zijn geheim nog niet prijs gegeven.

Marsham Adams bestudeerde lange tijd het Egyptische dodenrituaal, beschreven in het “Egyptische Dodenboek”, waarvan de oorsprong zich in de nacht der tijden verliest en dat verdeeld is in 156 hoofdstukken.                                                                                               De symboliek van het boek sluit nauwkeurig aan op de symboliek in steen. Het gehele systeem van gangen en kamers in de piramide wordt uitgelegd en verklaard door de zinnebeelden uit het Dodenboek.

De Tweede lage doorgang eindigt op het uiterste Oosten van de Kamer die gewoonlijk de Koningskamer genoemd wordt, alhoewel die benaming nergens voorkomt, noch in de oude geschriften van de Ingewijden, noch in de tekst van het Dodenboek of in de Piramideteksten.

De Koningskamer is een grote kamer van 10,46 m lang, 5,23 m breed en 5,58 m hoog. Dit vertrek bevat de meest symbolische aanwijzingen van het Dodenboek. Ze is:

“de Kamer van het Mysterie en van Het Open Graf. De Kamer van het Grote Oosten” en uit de oude messianieke voorspellingen van de Egyptenaren:                          “de Zaal van de Rechtspraak en van de Zuivering Van De Naties, de Terugkeer van het Ware Licht dat uit het Westen komt, de letterlijke Aanwezigheid van de Meester van de Dood en van het Graf dat betekent dat de Dood overstroomd wordt door het Licht en dat God eeuwig leeft”.

Het bedoelde vertrek is volkomen kaal op een soort grote sarcofaag in rode graniet na, welke perfect gepolijst is. Lange tijd heeft men ten onrechte aangenomen, dat deze sarcofaag als graf gediend had, doch men had kunnen weten dat dát nooit haar bestemming geweest kón zijn. Ten eerste, omdat er geen deksel op zat en ten tweede, omdat haar afmetingen bewijzen dat ze nooit door de lage doorgangen naar binnen kon
zijn gebracht. Deze sarcofaag werd in het gebouw geplaatst op het ogenblik dat de in opbouw zijnde piramide die hoogte had bereikt.

Haar kubieke inhoud is tot op 1/7.000ste gelijk aan die van de ‘Ark des Verbonds’ zoals ze in de Bijbel is beschreven en aan de inhoud van de ‘Bronzen Zee’,  het vermaarde Heilige Vat dat door HIRAM werd gegoten voor de tempel van SALOMON en dat in het Boek Der Koningen gedetailleerd staat beschreven.

Het wordt helemaal buitengewoon als men bedenkt dat de afmetingen van deze drie antieke vaten de Heilige El als maateenheid hadden, de Heilige El van de Hebreeuwen, die haar als een rechtstreeks goddelijk geschenk beschouwden en alleen maar werd gebruikt voor Heilige Werken en voor het optrekken van symbolische monumenten.
Dat deze El veel perfecter is dan onze huidige maten en waarvan de vermaarde Cadet, de schrijver van de Logaritmetafels, heeft gezegd dat de moderne naties verplicht zullen zijn om er op een dag naar terug te grijpen “omdat ze onveranderlijk is!”

De Heilige El is de éénheidsmaat van de Piramide van CHEOPS, maar wie bouwde deze piramide?? Zeker niet de Egyptenaren.

Tot deze conclusie kwam onder meer Abbé Moreux, die in zijn boek “La Science Mystérieuse des Pharaons” al zijn bevindingen heeft samenvat en daarbij het volgende
vaststelt:

  • De oude Egyptenaren hebben nooit een toespeling gemaakt op de verhouding van de omtrek tot de diameter, noch op het getal PI; – men ziet nergens dat ze voor
    hun vermenigvuldigingen of delingen uitsluitend gebruik hebben gemaakt van de
    cijfers 2, 3, 5 en 7, die voornamelijk op de piramide van toepassing zijn;
    niets laat veronderstellen dat ze de verhouding kenden tussen de breedtegraden
    en de Pool, noch dat ze een zuiver idee hadden van de straalbreking door de
    luchtlagen, noch van de omvang van de aarde;
  • zij gebruikten de Heilige El niet en de door hen gebruikte maten en gewichten
    corresponderen niet met de piramidale gegevens.

Doch alleen wanneer men met de Heilige El meet is het mogelijk om alle kennis, die meetbaar is en altijd geweest is met betrekking tot het universum, in deze Grote Piramide terug te vinden.

Bovendien: waren de door Herodotus beschreven technieken toereikend om deze enorme steenblokken op elkaar te stapelen?

Het is meer waarschijnlijk, dat de bouwers over andere mogelijkheden beschikten. Mogelijkheden, die men de oude Atlanten toedicht en nog op kleine schaal door Tibetaanse monniken worden toegepast: het tijdelijk opheffen van de zwaartekracht der materie. Telekinese op grotere schaal.

Over resoundeffects

Mijn naam is Gabriele van Doorn, ik woon in Heerlen - Parkstad Z.Limburg. * mijn website is te vinden op: www.klank-kleur.nl/ * en U kunt me vinden op: http://nl.linkedin.com/in/gabrielevandoorn
Aside | Dit bericht werd geplaatst in Mysteries, Pyramide van Gizeh en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s