Emoties rondom dyslexie. (1)

Het kan een tijd duren eer de juiste diagnose gesteld is en de passende behandeling gevonden is. Soms gebeurt dit pas in de bovenbouw van de basisschool als er hardnekkige problemen bij het begrijpend lezen zijn of zelfs pas in het voortgezet onderwijs bij het leren van een vreemde taal.

Kinderen, ouders en leerkrachten vragen zich af waarom het lezen niet goed gaat. Relaties tussen ouders en school kunnen onder druk komen te staan. Dyslexie stelt dan ook hoge eisen aan het kind en zijn leer- en opvoedingsomgeving.

Dyslectische kinderen krijgen met spanningen te maken. Ook voor hun ouders en de omgeving van de kinderen kunnen de lees- en spellingsproblemen een bron van stress zijn. De omgeving en de ouders kunnen, door verkeerd reageren, de spanningen voor het dyslectische kind vergroten. Het kind zelf kan dit ook door bijvoorbeeld te hoge eisen
aan zichzelf te stellen.

Opvoeders en de sociale omgeving zijn de voedingsbodem van het zelfbeeld en de eigen-waarde van het kind. Als er door spanning, onduidelijkheid of onbegrip door een lees- en spellingsprobleem moeilijkheden ontstaan kan dit verregaande gevolgen hebben voor het kind.

In het onderwijs stelt men na het vaststellen van de diagnose dyslexie een handelingsplan voor de leesproblemen samen. Men denkt hiermee het probleem op te lossen. Echter, we worden in het onderwijs steeds meer geconfronteerd met de bijkomende problemen op het gebied van gedrag en sociaal – emotioneel functioneren.

Dit is een gebied waar we binnen het reguliere onderwijs weinig of geen ervaring mee hebben. Een leerkracht is geen opgeleide psycholoog of orthopedagoog en deskundigheid in deze is geen overbodige luxe.

Schema Probleemgedrag:

Afwijkend ——-> gedrag  betekenisgeving door  anderen: stigmatiseren/stereotypering ——> verandering van verwachtingen ten aanzien van het kind ——–> neiging van het kind te beantwoorden aan verwachtingen van anderen ———> blijvend afwijkend gedrag

Het kind kan door de spanning rondom zijn probleem afwijkend of ongewenst gedrag gaan vertonen. Het gaat reageren zoals vanuit zijn omgeving van hem verwacht wordt. De omgeving kan het kind bevestigen in dit gedrag, stigmatiseren ‘zie je wel, ze is raar, nu reageert ze alweer vreemd’.

Dit stemt tot nadenken. Hoe voorkom je deze problemen,  hoe leer je een kind omgaan met dyslexie en hoe maak je het een en ander bespreekbaar en duidelijk voor zijn omgeving.

Wat is dyslexie?

Er is sprake van dyslexie als de automatisering van de woordidentificatie (het lezen) en
schriftbeeldvorming (het spellen) zich niet, dan wel zeer onvolledig of moeizaam ontwikkelt. Het kind leert als het ware niet lezen, heeft problemen met het spellen het automatiseren van woorden en letters. Vaak draait het letters en tweeklanken om. Ook lijkt het of het tempo van het lezen niet vooruitgaat. Het kind blijft als het ware hangen in het aanvankelijk, technisch lezen.

Deze kinderen komen terecht binnen de leerlingenzorg voor lezen en later ook spellen. Ze krijgen aparte leesbegeleiding maar komen als het ware geen stap verder.

Leesproblemen kunnen zich op verschillende manieren uiten. Dit kan al binnen het aanvankelijk lezen in groep 3. Dit is een ernstige vorm van dyslexie. De deelvaardigheden van het lezen, herkennen van letters, positiebepaling van letters binnen een woord, leveren al problemen op. Andere kinderen leren vlot lezen, terwijl dit kind ervaart dat het niet leert lezen. Het komt in een uitzonderingspositie terecht t.o.v. leeftijdgenootjes.

Het kind voelt zich tekort schieten, beleeft school als negatief en kan zich steeds meer in zichzelf terugtrekken. Soms kan het lang duren eer het leesprobleem vastgesteld wordt. Dit heeft te maken met de intelligentie van het kind.

Een kind kan middelmatig presteren, terwijl het een bovengemiddelde tot zeer goede intelligentie kan hebben. De leerkracht kan er dan van uitgaan dat dit kind niet wil leren, vooral als het gedrag, de manier waarop het kind zich uit, van dien aard is.
Ook kan het kind geleerd hebben zijn probleem te camoufleren. Het kan zich trucs eigen gemaakt hebben om het probleem te omzeilen. Dit noemen we compenseren. Hierdoor blijft het leesprobleem lang verborgen voor de omgeving, terwijl het kind zelf extra veel inspanning moet leveren voor het behalen van goede resultaten. Het kind kan onzeker worden over zijn kunnen en zijn eigen prestaties. Dit heeft invloed op het leren lezen, maar ook op de beleving van school en de andere vakken.

De mate van belemmeringen:

De ernst van het leesprobleem en in hoeverre er sprake kan zijn van belemmeringen binnen het sociaal gebeuren is per kind verschillend. Ondanks extra hulp en lees-begeleiding kan er sprake zijn van weinig vooruitgang binnen het lezen. Het kind kan hierdoor gefrustreerd raken. Dit heeft invloed op het dagelijks functioneren van het kind.

Kinderen met hardnekkige problemen op het aanvankelijke leesniveau bevinden zich in de gevarenzone. Er kan analfabetisme uit ontstaan met alle gevolgen van dien voor het verdere functioneren en voor hun toekomst.

Deze kinderen blijven hangen in het AVI-niveau 1-4. (AVI is een genormeerde toets voor lezen) Kinderen die het AVI-niveau 4 bereiken gaan meer uit zichzelf lezen en krijgen vaak ook meer plezier  in het lezen.

Na het bereiken van AVI-niveau  9, meestal aan het eind van groep 5, is de minimale geletterdheid bereikt. Ze kunnen het functionele toepassen van het lezen zonder veel
problemen doen.

Toch blijft het lezen voor sommige kinderen, ook nadat ze het technisch lezen behaald hebben, moeilijk. Ze houden problemen op het gebied van begrijpend of studerend lezen. Een leesprobleem kan dan gedurende de gehele basisschool een belemmering zijn voor de emotionele en sociale ontwikkeling van het kind. Regelmatig komen deze kinderen in aanmerking te doubleren. Ze voelen er zich vaak bijhangen, contacten met andere kinderen worden negatief beïnvloed.

Opvallend is dat deze kinderen hoe ouder ze zijn hoe beter ze geleerd hebben hun probleem te compenseren en op deze wijze afstand kunnen nemen van hun probleem. Wel valt er op dat ze moeite hebben met het leren van vreemde talen, het automatiseren van woordjes is een ramp.

Bovendien hebben ze meer tijd nodig bij het studerend leren en moeten veel inspanning leveren om zich de leerstof eigen te maken. Ook hun toekomst wordt onzeker. Ze raken gefrustreerd als blijkt dat hun eesprobleem hun toekomst in de weg staat.

Toch willen alle kinderen graag leren lezen, ook de kinderen met dyslexie. Dit kan het probleem alleen maar nog moeilijker maken. Want hoe gaat het kind zelf met zijn ambitie om te leren lezen en het niet lukken ervan om? De mate waarin een kind extra inspanning moet leveren en de belemmering die het leesprobleem met zich meebrengt worden mede bepaald door de ambities en het streefniveau van het kind.

 Het hebben van een leesprobleem is van invloed op de emotionele ontwikkeling van het kind. Het kan zich minderwaardig voelen, zich schamen of zelfs schuldig voelen. Er kan zich negatieve faalangst ontwikkelen. Een dergelijke stresssituatie omtrent het niet kunnen lezen brengt zowel thuis als op school spanningen met zich mee.

Over resoundeffects

Mijn naam is Gabriele van Doorn, ik woon in Heerlen - Parkstad Z.Limburg. * mijn website is te vinden op: www.klank-kleur.nl/ * en U kunt me vinden op: http://nl.linkedin.com/in/gabrielevandoorn
Dit bericht werd geplaatst in Kinderproblemen, Maatschappelijk en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s