DECEMBER, MAAND VAN GERMAANSE MYTHOLOGIE!

Het feest van de zonnewende, de terugkeer van de zon met zijn leven schen­kende krachten, de terugkeer van het Licht, heeft al van oudsher en in alle culturen mensen aangesproken als één van de belangrijkste gebeurtenissen in de cycli van een mensenleven.

De vijfentwintigste december of daar omtrent wordt eenstem­mig van­uit het Gods­dienstige en Geeste­lijke be­wustzijn van oude Volken er­kend als een heilige en daarom mystieke dag. Als de we­reldomvat­tende opinie van de mensheid over­eenstemming be­reikt over wélk standpunt, principe, wet of doc­trine dan ook, dan is dat MYSTIEK. Wan­neer dat het van origine niet was, dan wordt het Mys­tiek door de ge­concentreerde verering en eer­bied die men er voor heeft. Vele zaken in ons leven zijn heilig, niet omdat God ze zodanig maakte, maar doordat de eerbiedige en idealis­tische motieven van de mensen ze heilig­den door onophou­delijke aan­dacht en een algemeen verbreide acceptatie.”                    Dr.Harvey Spe­ncer Lewis.

Is er werkelijk iemand die naar eer en geweten kan ont­kennen dat er een Transcendentie is, een wer­kelijk buitenzintuiglijke toe­stand, die oneindig veel groter is dan hijzelf? Is het niet voor ie­der welden­kend mens duidelijk dat het ZIJN, de gehele werkelijk­heid, het universum, onein­dig is ver­ge­leken met het menselijk be­wust­zijn??

Al vanaf de dageraad van het men­selijk bestaan waren de oude vol­keren zich in ieder geval hiervan bewust en maakte deze erkenning deel uit van hun geloof en hun cultu­reel erfgoed. Door generaties opgedane ervarin­gen werden tot ken­nis, die door middel van duidelijk he­kenbare beeld­vorming moest worden overge­dragen aan het nage­slacht. Natuur­lijke elementen en gebeurte­nissen werden op diver­se wijzen geïnterpreteerd en gepersonifieerd in een sca­la van geloofsbelevenissen, in even zovele Goden en Go­din­nen.

Wij zijn merendeels grootge­bracht in de Westerse, Christelijke tradi­ties en weten vaak niet dat zich onder het theologische vernis een zeer grote hoeveelheid over­blijfselen van de zogenaamde ‘hei­dense’ opvattingen uit het voorchristelijke verleden bevinden.

Culturele tradi­ties sterven moei­lijk uit en de Christelijke Kerk nam vele van de gevestigde ge­brui­ken over om een nieuwe en jonge Godsdienst gemakke­lijker aanvaard­baar te ma­ken. De mystieke bood­schap­pen en kennis hieromtrent werden aangepast, geïntegreerd en de historie wat bij­gesteld, maar daardoor werd de essentie van het FEEST VAN LICHT versluierd. Er ontwikkelde zich een vast, kerkelijk aangepast patroon, dat leidraad werd voor he­dendaagse gewoon­ten en folklore.

De geboorte van vele Avatars en Meesters, die Jezus voor­af gingen, werden rond de zonnewende geprojec­teerd en gevierd, zoals de geboor­te van Boeddha, van Horus, van Krishna, Zoroaster, Mithras,  Sol In­victus,  Confucius en van vele anderen.

En van al deze Meesters en Avatars wordt verteld, dat zij uit een maagd in een grot of een stal ter wereld kwamen. De symbo­lische boodschap is steeds dezelfde:    in de diepe, intense duisternis van de langste nacht bij de winterzon­ne­wende wordt de Verlosser, het Licht voor de mensheid, geboren. Op een plaats die  ver verwijderd ligt van het maatschappelijk ge­beuren met zijn vergankelij­ke waarden en veelal onop­rechte vrolijk­heid. Vrolijk­heid en feesten die de angst voor de toekomst en de een­zaamheid moeten overstemmen.

Aan het begin van het wintersei­zoen, dat de voorbode is van een nieuwe le­venscyclus en zwanger van de te­rugkeer van de zon met zijn licht en warmte. In een periode dat de mens, somber en angstig gestemd door zijn overle­vingsstrijd tegen de koude en schijndood van de na­tuur, openstond voor elke hoop en als het ware maagdelijk in hart en geest bereid was om een nieuwe levens­visie te ontvangen.

De winterzonnewende, is het steeds weerkerende begin van de nieuwe cy­clus van de vier jaar­getij­den en begint om en nabij 23 december, wanneer de zon de 1ste graad van het sterrenbeeld Steenbok passeert en bovendien weer aan haar terugkeer naar de Kreeftskeerkring op onze noor­der­breed­te begint. De planeer Saturnus is de huisheer van Steenbok en staat met zijn kristalliserende, koele karakter symbool voor de schijndood van de winter.

Deze symboliek rond de ge­boortes van alle wereldlera­ren is al vele duizenden jaren oud, dus heel wat ou­der dan ons kerst­ver­haal. Deze symboliek stoelt op een universele behoefte van de mens om in over­eenstemming met het ritme van de natuur de balans tussen leven en dood te reflecteren. Met het ont­kennen van dit mystieke moment raakt de mens iets heel belang­rijks in zich­zelf kwijt en ver­liest hij zich­zelf in verwaterde overle­verin­gen en in ons geval de verloren geraakte kennis van de Ger­maanse mythologie.

Te beginnen met Sinterklaas.

On­danks de diverse onjuiste, gekerstende verklaringen van de kerk vindt Sinterklaas zijn oorsprong in de Germaanse God Wodan, die op zijn witte paard Sleypnir door de win­terse nachten reisde in ge­zelschap van zijn oudste zoon.

Terwijl Wodan en Sleypnir zich boven de daken der on­derkomens van de Germanen bevonden, loerde zijn zoon door de rook-gaten boven het vuur in de hutten naar bin­nen op zoek naar de huwbare dochters. Indien een dochter huwbaar werd bevonden kreeg zij een roede van takken als teken dat zij kon worden uitgehuwelijkt en zich moest voorberei­den op haar komend huwelijk. Dat huwelijk zou worden voltrokken wan­neer de knoppen op de takken zouden uit­botten. Was een meisje echter nog niet rijp genoeg voor een huwelijk, dan ontving zij snoeperijtjes, dus lekkers om haar nog-kind-zijn te bevestigen.

Wodan’s zoon werd onherken­baar door het roet van de op­stij­gende rook uit de rookgaten. Moge­lijk dat op deze wijze het zwart worden van zijn gezicht ook als vermomming bruikbaar werd voor de plaat­selijke pries­ter(es) die zo­doende onherkenbaar gewor­den de roede en het lekkers kon verspreiden, als inge­wij­de en ‘hulpperso­neel’ van Wodan.

De op handen zijnde huwelij­ken en de keuze van geschikte huwelijkskandidaten en overeenkomsten leverden onge­twij­feld de nodige ge­spreksstof op, rond de vuur­tjes van de Germanen en een welkome aflei­ding.

In de Scandinavi­sche landen, waar ditzelfde ge­bruik in zwang was maar nu onder supervisie van de god Odin, werd ook het trans­port aan de plaat­se­lijke omstan­dighe­den aan­gepast. Odin reisde door het nachtelijk lucht­ruim in een grote slee, ge­trokken door een indrukwek­kend aantal rendieren.

Over resoundeffects

Mijn naam is Gabriele van Doorn, ik woon in Heerlen - Parkstad Z.Limburg. * mijn website is te vinden op: www.klank-kleur.nl/ * en U kunt me vinden op: http://nl.linkedin.com/in/gabrielevandoorn
Dit bericht werd geplaatst in Levensbeschouwingen, Maatschappelijk en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s