Ons GEHEUGEN

De theorievorming over geheugen heeft diverse wijzigingen ondergaan en werd regelmatig bijgesteld en uitgebreid. Het huidige begrippen kader omschrijft geheugen als:

  1. De mentale functie van het onthouden van informatie over stimuli, gebeurtenissen, beelden en dergelijke, nadat de originelen niet meer aanwezig zijn.
  2. Het veronderstelde (erkende) ‘opslagsysteem’ in de geest/ hersenen, dat deze informatie bevat. Alhoewel de feitelijke locatie van het geheugen zich schijnbaar niet beperkt tot bepaalde hersengebieden.
  3. Een herinnering. Gekoppeld aan stimuli zoals bepaalde geuren, geluiden of muziek, specifieke beelden, bepaalde aanrakingen of gevoelens verbonden met een uitdrukkelijke –vaak heftige- emotie.

Er is nog steeds studie gaande betreffende het associatief geheugen en genetische inprenting. Vaak wordt verondersteld, dat verschillende geheugentaken een beroep doen op verschillende geheugens. Daarom wordt meestal met een bijvoeglijk naamwoord aangegeven welk geheugen in het geding is. Er van uitgaande, dat het geheugentype ook vaak afhankelijk is van het soort materiaal dat moet worden opgeslagen.

De diverse uitwerkingen in de psychologie van deze (werk)definities verschillen sterk. Vastgesteld werd, dat iemand met een gemiddelde intelligentie soms over een onuitputtelijke geheugencapaciteit kan beschikken d.m.v. het gebruik van ezelsbruggetjes en codeersystemen en vermogen om associatieve verbanden te leggen binnen een zeer extreem ontwikkelde  sensorische (zintuiglijke) ervaring. Onlangs werd vastgesteld dat zelfs de huidcellen over geheugen beschikken.

Enkele andere geheugentypes zijn o.m.:

  • Biologisch geheugen: Synoniem voor rasgeheugen of genetisch geheugen. (Erfelijke eigenschappen
  • Episodisch geheugen: Een verondersteld geheugen dat informatie bevat, met ‘mentale labels’ over het waar, wanneer en hoe de betreffende informatie werd opgemerkt. M.a.w. het geheugen ontrent relatief duidelijk afgebakende gebeurtenissen of studies.
  • Herintegratief geheugen: herstellingsgeheugen. Het zich herinneren van gebeurtenissen door de oorspronkelijke informatie te herstellen, terwijl dat materiaal slechts ten dele kan worden gereproduceerd.  De term verwijst naar het proces dat plaatsvindt als men zich nu probeert te herinneren wat er bijvoorbeeld gebeurde toen mens z’n eerste vriendje of vriendinnetje een zoen gaf. De vaardigheid om vroegere ervaringen te reproduceren door er zich steeds meer delen van te herinneren, zoals de omstandigheden en gebeurtenissen.
  • Korte termijn geheugen: Het geheugen voor informatie die minimale verwerking heeft ondergaan. Deze informatie is dus nog niet geïntegreerd en/ of gefixeerd in het onderbewuste. Het geheugen dat ook als eerste nalaat bij dementie.
  • Lange termijn geheugen: In de jaren zeventig bestonden er een aantal geheugentheorieën die veronderstelden, dat indien informatie voldoende is verwerkt of geïnterpreteerd, deze in een soort opslagplaats voor de lange termijn terechtkomt. Het wordt dan deel van het permanent geheugen en wordt als het ware gefixeerd in de persoon, zodat het denken en handelen kan beïnvloeden. Het maakt deel uit van de ervaringen.

Het Raciaal geheugen is een gegeven waar niemand meer om heen kan. Het drinken aan de moederborst, nestwarmte, drang tot kruipen, voedsel verwerven, voortplanting,  vluchten onderzoekingsdrift en angstsensaties zijn de primaire, erfelijke herinneringen zoals ze vastgelegd liggen in onze kiemcellen. Via onze somatische cellen voegen wij eigen herinneringen toe, aangezien somatische cellen beïnvloedbaar en aan variatie onderhevig zijn. Onze instincten zijn gebaseerd op mneme complexen (geheugensporen), die als eerste behoren tot het raciale geheugen. Maar ook individuele kennis en ervaringen die wij via onze somatische cellen opnemen kunnen uiteindelijk middels mneme complexen aan onze nakomelingen worden doorgegeven.

In een laboratorium liet men wormen over een metalen plaat kruipen, waarbij men op een gegeven moment deze plaat onder stroom zette. Toen deze wormen weer werden losgelaten om rond te kruipen, meden ze angstvallig metalen oppervlakten vanwege hun herinnering aan de stroomstoot. Deze generatie wormen werd gedood en fijngemaakt, waarna men een volgende generatie inspoot met een extract van deze ‘stroomstoot getrainde’ wormen. De verse lading wormen vermeed dank zij de kunstmatig geïnjecteerde herinnering om over metalen platen te kruipen.

Kort voor de tweede wereldoorlog werden o.a. in Engeland nog flessen melk met aluminium doppen bezorgd, die ’s morgens in alle vroegte op de stoep werden gezet. In het midden van Engeland werd een stad echter geteisterd door vandalen, die de doppen kapot maakten en het bovenste deel van de melk eruit snoepten. Na enkele weken ontdekte men pas dat deze vandalen pimpelmezen waren, die zodoende de melk afroomden. Toen brak de oorlog uit en van melkdistributie was geen sprake meer. Pas na de oorlog en zeker drie generaties pimpelmezen later ontdekten biologen, bij het uitwisselen van informatie, een fenomeen: in Zweden, Denemarken, Engeland en Nederland vielen pimpelmezen aan op de flessen melk met aluminium doppen en snoepten lustig van de room.

Dieren weten wanneer er vulkaanuitbarstingen of aardbevingen op komst zijn. Ook jonge dieren, die in hun leven nog nooit met deze rampen zijn geconfronteerd. Deze ‘voorkennis’ is hun aangeboren en bestaat hoogstwaarschijnlijk uit vastgelegde genetische herinneringen van hun voorouders. Deze herinnering moet de dieren ertoe aanzetten om te vluchten, bij de minste seismologische veranderingen of elektrische ontladingen in de atmosfeer.

Dr. Sigmund Freud pionierde op het gebied van erfelijke herinneringen en overgeërfde trauma’s. Hij stelde ook vast, dat bepaalde oerherinneringen ten grondslag lagen aan hedendaagse handelingen. In zijn boek: ‘Totem und Fahn’ behandelt hij de neerslag van fylogenetische oerervaringen zoals het Oedipuscomplex en de Vadermoord, die verantwoordelijk zouden  zijn voor de onuitroeibare drang tot het plegen van incest en de eeuwige competitie tussen vader en zoon om de liefde van de moeder.

Freud had wat dat betreft het wiel uitgevonden, maar zijn leerling Dr. Carl Jung de as, waardoor het wiel functioneel werd. Jung noemde dit onbewuste deel -dat wij allemaal gemeen hebben en dat erfelijk is- het collectief geheugen en ging ervan uit dat dit bestond uit het residu van de evolutie van de mens. De componenten noemde hij archetypes: universele beelden en symbolen, die voor iedereen onbewust dezelfde betekenis hebben en dezelfde emoties oproepen. Vooral in dromen en de uitleg daarvan kan men archetypes leren kennen en aan de hand daarvan leren onderkennen, dat men aan beelden dezelfde waarde toekent, zonder dat er van merkbare beïnvloeding van buitenaf sprake is.

Toen reïncarnatie algemeen aanvaardbaar werd en middels regressietherapieën meer bekend werd over herinneringen en ervaringen uit vorige levens was dit ongetwijfeld weer een stap voorwaarts. Doch recentelijk werd aangetoond, dat regressietherapie ook zogenaamde valse herinneringen op kan roepen, die ondanks aantoonbaar onmogelijk voor sommigen. ontegenzeggelijk reëel lijken voor anderen. Het leert ons, dat regressietherapie niet zonder gevaar is en dat er behoedzaam mee omgegaan dient te worden.

Daarnaast existeert scomata ofwel psychische amnesie, het onvermogen om bepaalde situaties te herkennen of waar te nemen, hoewel ze voor andere overduidelijk zijn. Scomata is een term die oorspronkelijk stamt uit de oogheelkunde en waar een gedeeltelijke of insulaire blindheid mee bedoeld wordt.

Mensen kunnen feiten en herinneringen verdringen en in dat geval spreekt men over mentale amnesie of scomata.

Maar niet alleen een individu kan een verleden verdringen dan wel ontkennen: hele volkeren doen aan geschiedenis vervalsing en zadelen hun nakomelingen op met onbekende en niet te identificeren angsten of fobieën. En zo kan uiteindelijk de gehele mensheid lijden aan angsten, waarvan de oorzaken niet meer zijn te achterhalen. Wij hebben rationaliseren immers hoog in het vaandel staan, maar zien de keerzijde van de medaille over het hoofd. Rationalisatie is ook een mechanisme om te vergeten, te verdringen, het wegredeneren van persoonlijke ervaringen en realisaties.

Geraadpleegde literatuur:

  • Lesmateriaal AMORC Academie
  • Eigen aantekeningen van diverse studies
  • Werelden in botsing’ en ‘Mensheid zonder geheugen’ van J. Veliovsky

Over resoundeffects

Mijn naam is Gabriele van Doorn, ik woon in Heerlen - Parkstad Z.Limburg. * mijn website is te vinden op: www.klank-kleur.nl/ * en U kunt me vinden op: http://nl.linkedin.com/in/gabrielevandoorn
Dit bericht werd geplaatst in Meer wetenschappelijk! en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Ons GEHEUGEN

  1. Hallo Gabriele, wat een mooi informatief stuk weer! Geheugen, zo’n ongrijpbaar fenomeen. Ligt het in genen, hersenen, ons omringende energievelden, of alle drie in uitwisseling? Ik moet alweer denken aan Rupert Sheldrake, die individuele organismen en soorten ziet als manifestaties voortkomend uit morfische velden, in wezen ook en soort geheugen. Wellicht staat deze ook in verband met ons collectieve onderbewuste geheugen. De natuur bestaat uit gewoonten, zo zegt hij, in de loop van tijd opgebouwd in dat veld. Wanneer dit klopt, zou een uitwisseling tussen velden, bewustzijn en genen voor de hand liggen. Deze gedachte sluit dan weer aan bij jouw stuk over DNA. Hartelijke groet, Richard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s