De ÜBERMENSCH!

Aan deze benaming kleeft helaas vanwege misbruik door verkeerde politieke ideologieën een negatief imago. Doch Nietzsche bedoelde in zijn werk: ‘Also sprach Zarathustra’ er iets geheel anders mee. Hij beschreef hierin de mens die zijn beperkingen, zijn angsten en de troostende illusie van een God (die van buitenaf in de wereld ingrijpt omdat wij het zelf niet meer kunnen) achter zich kon laten, omdat hij boven zichzelf was uitgestegen.

Deze übermensch zoekt geen onwezenlijke schrale troost om aan de gevaren van een onzeker bestaan te ontkomen. Hij durft in de afgrond van het bestaan te kijken en de chaos die hij daar aantreft tot zich te laten doordringen. Hij staat naakt en onbeschermd in het leven en vlucht niet langer in mooie fantasieën die geen waarheidsgehalte hebben. Hij proeft het gehele leven met zijn positieve en negatieve kanten, de gruwelijkheden en de schoonheid.

In zijn profetisch aandoend fictieverhaal ‘Also sprach Zarathustra’ vertelt Nietzsche over de kluizenaar Zarathustra die naar buiten treedt om mensen deelgenoot te maken van zijn overpeinzingen omtrent de geestelijke ontwikkeling van de mens en vergelijkt het leven dat wij leven met dat van een koorddanser. Aan het begin van het koord is de mens een aap, aan het einde een ‘übermensch’,een mens die boven zichzelf is uitgegroeid.

Het leven is een wankele tocht naar de toekomstige mens. Maar al te vaak denken we dat we al aan de overkant zijn aangekomen, terwijl er nog een flink stuk te gaan is omdat we ons nog vastklampen aan illusies van valse veiligheid. De bewust levende mens kan niet langer meer uitgaan van de oude bronnen van zingeving of religieuze voorschriften, maar zal zelf nieuwe bronnen moeten aanboren. Dat vergt herwaardering van alle waarden en dat vraagt moed. Want daarbij zullen we alles moeten loslaten wat we tot nu toe als zekerheden hebben beschouwd. Schijnzekerheden moeten worden doorzien om tot de werkelijkheid van het leven – zoals ze ons wordt voorgespiegeld – door te dringen. Zarathustra opent met dit zelfonderzoek een perspectief op de Übermensch.

Kameel, leeuw en kind waren de metaforen, die Zarathustra gebruikte bij zijn vergelijking met de koorddanser als de drie transformerende fases van aap tot ‘Übermensch’.

Kameel staat symbool voor een mens die ontberingen durft te doorstaan in zijn zoektocht naar de waarheid; doch kameel zoekt de waarheid nog wel uitsluitend binnen het stelsel van regels waarbinnen hij is opgegroeid en binnen zijn eigen cultuur. Wanneer de zoeker daar bovenuit groeit verwijdert kameel zich van de kudde. Kameel leefde nog in de sfeer van ‘gij zult’.

Leeuw brult ‘ik wil’ en bepaalt zelf zijn normen. Zijn leven gaat niet langer gebukt onder het juk van een godsdienst of levensbeschouwing. Maar ook voor de leeuw komt de laatste fase. Hij moet dan afstand doen van zijn ‘ik wil’ wanneer hij ontdekt dat ‘ik’ en ‘willen’ eveneens slechts illusies zijn. De overgave aan het leven zoals het is.

Kind is de volgende transformatie en zoals een kind heeft de mens geen vaststaande ideeën meer en staat hij open en onbevangen in het leven. Kinderen leven in het moment en kunnen zich nog in totale intimiteit met het leven uiten.

De mens blijft hopen op een betere toekomst zonder concreet besef hoe die betere toekomst eruit gaat zien. Wanneer die betere toekomst zich niet van buitenaf aandient, alles ogenschijnlijk bij het oude blijft, vervalt de mens weer in zijn oude patroon van ‘de eeuwige wederkeer’ omdat er nooit iets zal verbeteren.

Ook Nietzsche werd door deze sombere gedachten overvallen, maar vond een antwoord in ‘Amor fati’ de liefde voor het lot. In plaats van zich te laten deprimeren door het leven dat deze sombere gedachten oproept, stelt Nietzsche voor het leven te omhelzen zoals het is, zoals het zich bij je aandient. Zeg van harte ‘ja’. Veroordeel het leven niet. Hoe het ook op je afkomt: omarm het hartstochtelijk met alle liefde die je in je hebt. Dan ineens zie je de weg, het perspectief, de oplossing, het antwoord en je keuzemogelijkheden.

Nietzsche stierf in 1900, maar zijn gedachtegang van toen doet nog heel actueel aan. Vandaar dat ik toch enkele van zijn uitspraken weergeef:

Enkele Citaten van:   Friedrich Nietzsche Duits dichter en filosoof 1844-1900

  • Ik leer u de supermens. De mens is iets dat overwonnen moet worden.
  • Alle filosofie is niets anders dan de bekentenis van een lichaam, de autobiografie van een mens.
  • Een man die het heel druk heeft, verandert zelden van mening.
  • Er bestaan geen feiten alleen interpretaties.
  • Als een boek begint te leven moet de schrijver zwijgen.
  • Als je in de afgrond kijkt, dan kijkt de afgrond ook in jou.
  • Dankzij de muziek genieten de hartstochten van zichzelf.
  • Overtuigingen zijn gevaarlijker vijanden van de waarheid dan leugens.
  • De aanhangers van een groot man maken zich blind om zijn lof beter te kunnen zingen.
  • De angst is de moeder van de moraal.
  • Toen ik moe was van zoeken, leerde ik vinden.
  • We zijn zo graag in de vrije natuur, omdat deze geen mening over ons heeft.
  • De eis bemind te worden, is de grootste aller arroganties.
  • Wie van ons zou er nog vrijdenker zijn als er geen kerk was?
  • De fijnste humaniteit openbaart zich in de wens om anderen schaamte te besparen.
  • De gouden vacht der zelfgenoegzaamheid beschut wel tegen stokslagen, maar niet tegen speldenprikken.
  • De haat tegen het boze is de pronkmantel waarmee de farizeeër zijn persoonlijke antipathieën camoufleert.
  • De liefde is de toestand waarin de mens de dingen het meest ziet zoals ze niet zijn.
  • In de vergulde schede van het medelijden steekt soms de dolk van afgunst.
  • De mensen schamen zich niet over hun schunnige gedachten, maar alleen over de idee dat iemand hen tot zulke gedachten in staat acht.
  • De onopgeloste disharmonieën in karakter en gezindheid der ouders zetten zich voort in het kind en vormen diens lijdensgeschiedenis.
  • De oorlog is de winterslaap voor de cultuur.
  • De wijsbegeerte is een stelselmatig misbruik van een daartoe uitgevonden terminologie.
  • De zogenaamde paradoxen van een schrijver, waaraan een lezer aanstoot neemt, bevinden zich vaak helemaal niet in het boek, maar in het hoofd van de lezer.
  • Er bestaat een moraal van heersers en een moraal van slaven.
  • Geschiedenis gaat bijna altijd over slechte mensen waarover men later niets dan goed zegt.
  • Het is een meesterstuk der Engelsen geweest hun zondag dermate heilig en vervelend te maken, dat zij ongemerkt weer naar hun dagelijks werk verlangen.
  • Kunstenaars zijn slaapwandelaars bij daglicht.
  • Liever een vijandschap uit één stuk dan een gelijmde vriendschap.
  • Menigeen weet niet hoe rijk hij is, tot hij merkt, welke rijke mensen nog van hem stelen.
  • Mensen die troost nodig hebben, worden door geen enkel troostmiddel zo opgebeurd als door de bewering dat er voor hun geval geen troost bestaat. Daarin ligt zo een onderscheiding besloten, dat zijn hun hoofd weer opheffen.
  • Onrecht is nooit gelegen in ongelijkheid van rechten, het is gelegen in de aanspraak op `gelijke’ rechten.
  • Slangen die niet van huid kunnen verwisselen, gaan te gronde. Evenzo de geesten die men verhindert van mening te veranderen: zij houden op geest te zijn.
  • Slapen is geen geringe kunst: je moet er de hele dag voor wakker blijven.
  • Sommige kunstenaars worden postuum geboren.

Over resoundeffects

Mijn naam is Gabriele van Doorn, ik woon in Heerlen - Parkstad Z.Limburg. * mijn website is te vinden op: www.klank-kleur.nl/ * en U kunt me vinden op: http://nl.linkedin.com/in/gabrielevandoorn
Dit bericht werd geplaatst in Levensbeschouwingen en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s