Erfenis uit een rijk verleden (1)

vervolg op het ruime……

Vergeten is de mathematica van de Babylonische astronomen, de toegepaste natuur-wetenschappen en de medische kennis der Egyptenaren, de wereldwijde ervaring en kennis op het gebied van navigatie der Foeniciërs en het enorme gedachtegoed van de klassieke Griekse filosofen. Helaas is bij de brand van de grote bibliotheek van Ptolemeus I te Alexandrië in het jaar 48 vóór C. het grootste deel der geschriften van de grote Griekse filosofen verloren gegaan. Slechts fragmenten konden moeizaam opnieuw verzameld worden en werden naderhand door berichten of verslagen van hun leerlin­gen aangevuld. Ongetwijfeld ging bij deze brand een onnoemelijke schat aan kennis en wetenschap verloren.

Het is veelbetekenend, dat het Griekse wijsgerig DENKEN zich over grote  gebieden verspreidde en men nu nog over die tijd spreekt als zijnde ‘de tijd van de GRIEKSE BESCHAVING’. Deze ‘geestelijke verovering’ is nog het beste geformuleerd door de Romeinse dichter Horatius: “Het door het zwaard overwonnen Griekenland overwon het
landelijke Latium met zijn wijsheid”. Cicero kwam eveneens tot de conclusie dat Rome in zijn geestelijk, artistiek en religieus leven een onderdeel van de Griekse wereld geworden was, nadat de Romeinen Griekenland hadden ingelijfd als Romeinse Provincie (146 v.C): “Zo stroomt niet een aardig beekje uit Griekenland deze stad binnen, maar de machtigste stroom vandie leerstellingen en kunsten.”

De eerste Griekse filosofie bevatte grondslagen op het gebied van geestelijke speculatieve ontwikkelingen, die het wereldbeeld en de menselijke geest moesten bevrijden van vooroordelen van geloof en bijgeloof door het ontwikkelen van kennis en het vrije denken.

Religies zijn opgebouwd uit dogma’s die individuele gedachten en onbewuste kennis verdringt en verbiedt door zijn, weinig variabele, inhouden op grote schaal te formuleren.Tegenover de bevrijding door het wijsgerig denken staan de religieuze ketenen van de angst en van schuld en boete!

Praktisch al onze – door velen onterecht nieuw genoemde – kennis was in de oudheid reeds
bekend.

Demokritos van Abdera (460-370 v.C.) leerde toen al, dat de atomen -de ‘a-toma’, de ‘ondeelbare’- niet verder deelbare, gevoelloze kleinste deeltjes waren van de materie,
waaruit deze samengesteld was. Alles wat in de zichtbare wereld gebeurde was
onderhevig aan en ontstaan door aantrekking en afstoting van atomen, eindeloos
in aantal, in eeuwig durende beweging. De onophoudelijke aantrekking en
afstoting van atomen en de daardoor ontstane beweging beheersten het heelal en
vormde de basis van alles!    “Slechts in onze verbeeldingskracht bestaat zoetheid en bitterheid, warmte en koude…..want in werkelijkheid zijn er slechts atomen en de lege ruimte.”

Thales van Milete (ca. 550 v.C.) omschreef als levenswijsheid: “de mogelijkheid zichzelf te kennen” en als hoogste menselijke gerechtigheid: “zelf niet te doen, wat wij in anderen
berispen….”. Zijn lijfspreuk: KEN UZELF!

Thales bezag het goddelijke als “wat aanvang noch einde heeft” en gaf als natuur-wetenschappelijkargument:  “Uit het water en zijn bestanddelen heeft zich de wereld ontwikkeld en het water is niet van alle dingen. slechts de aanvang, maar ook het einde”.

Herakleitos (ca. 550-480 v. C.) “….uit alles het ene en uit EEN alles….”, die Vuur als
oergrondstof beschouwde, schreef: “Vuur is de oergrondstof en alle natuurlijke processen worden door het vuur omgezet”.

Hij verklaarde dat elke ontwikkeling een pad ‘naar boven of beneden is’, verdunning of verdichting, verdamping (naar boven) of damp tot water (naar beneden). Alles bevond zich in een eindeloos, eeuwigdurend proces van worden   en  vergaan.  “Panta rhei: alles stroomt”       “Wij zijn en wij zijn niet”.

Volgens zijn leerstelling was de wereld en ook de mens geen ogenblik hetzelfde. “Men kan niettweemaal in hetzelfde water van de rivier afdalen”.

Hij verdedigde de stelling dat alles aan voortdurende verandering van het AL onderhevig is en iedereen daarin mee moet veranderen en dat het leren slechts mogelijk was door het
ervaren van de tegenstellingen:   “Ziekte maakt gezondheid aangenaam en goed, honger verzadiging, moeite rust…. voor God is alles schoon en goed en rechtvaardig. Sommige mensen echter noemen onrecht wat anderen rechtvaardig noemen”. Zijn wereld-ordening bestond uit het spel van alle tegenstellingen.

Volgens Pythagoras is de wereld niet te verklaren uit een stoffelijk beginsel, zoals het water of de lucht, maar uit een onstoffelijk, gedacht beginsel: het getal!
“Het getal leidt en onderricht ieder met betrekking tot de dingen die hij niet of niet geheel kent. Zonder het getal zou voor de mens alles op zichzelf of in verhouding tot andere dingen onbegrijpelijk zijn”.

Ondanks dat de leer van Pythagoras veelal wordt bestempeld tot een ‘uiterst fantastisch en weinig wetenschappelijk’ getallenspel, waren hij en zijn leerlingen de grondleggers van de rekenkunde, de mathematica en op het gebied van de sterrenkunde waren zij hun tijd ver vooruit. Hun wellicht grootste verdienste is de ontdekking dat het getal datgene is wat het ongeordende ordent en het onbepaalde bepaalt. Tot vandaag de dag bepaalt de moderne natuurkunde -geheel in overeenstemming met de leer van Pythagoras- kwaliteiten door kwantiteiten, warmte door het aantal graden, kleuren door het aantal golf­lengtes, geluiden door het aantal trillingen, enz. enz.

Maar Pythagoras wordt (evenals Plato) ook in verband gebracht met het bestuderen van de
reïncarnatiegedachte middels zijn ‘leer der zielsverhuizing’.

Plato’s universele wijsbegeerte omvatte alle gebieden van het weten, ook de politiek. Hij geloofde niet in democratie;  hij was een aristocraat, ook in zijn denken. Voor Plato was het ontwikkelen van de verbeeldingskracht, het voorstellingsvermogen, het belangrijkste doel van zijn onderwijs.

Het door hem ontwikkelde begrip ‘idee’ moest het gemeenschappelijke van alle dingen van dezelfde soort uitdrukken.
Voor hem was de natuur niets anders dan een afbeelding, een vergankelijke weerspiegeling van de zuivere, onvergankelijke eeuwige ideeën.

In de “antieke” tijd werden op grote schaal denkbeelden, geloofsbelevenissen en religies uitgewisseld door middel van reizen en reisverhalen, door het zelf te onderzoeken
of van horen-zeggen. Alles wat tot de verbeelding van de denkers en onderzoekers sprak vermengde zich met hun eigen godsvoorstellingen.
Pythagoras en Plato raakten helemaal in de ban van de reïncarnatiegedachte van het Indische geloof en de Babylonisch-Chaldese priestervisioenen spraken net zo tot de verbeelding van de Griekse denkers  als het geloof in eeuwig leven van de Egyptenaren.

Natuurlijk werd in de oudheid het vrije denken van overheidswege ook wel eens als gevaarlijk ervaren en bepaalde visies onderdrukt, door ‘de boodschapper ervan af te
knallen’.

Anaxagoras (500-428 v.C.) moest vluchten uit Athene, wilde hij niet voor ‘godslastering’ terechtgesteld worden.

Anaxagoras had de zon -die als de god Helios aanbeden werd- beschreven als een gloeiend hete massa die in werveling was en tevens verantwoordelijk voor de beweging van de oerzaden: vuur, water, lucht en aarde. Ook verkondigde hij, dat er in de ‘sterrenwereld’
mensen en andere levende wezens waren.

Zijn tijdgenoot Protagoras werd verbannen omdat hij in zijn boek “Over de Goden” schreef: “Van de goden kan men niets weten, noch dat zij er zijn, noch dat zij er niet zijn. Want velerlei verhindert ons dit te weten; zowel de duisternis van deze zaak als de kortheid van het menselijk leven”.

Hij lanceerde  ook de ‘oriënterende’ filosofische formulering: “De mens is de maat van alle dingen”.

Socrates werd ter dood veroordeeld -door gedwongen de gifbeker met dolle kervel te drinken- omdat hij de jongeren bedierf, zich tot nieuwe goddelijke wezens wendde en het had over ‘de goddelijke stem in hem’.

Toch stonden deze denkers min of meer aan de wieg van een algemene erkenning, dat elk volk zijn eigen godheden of een godheid had; dat dit geloof uit zichzelf gevormd werd en volgens een ritus tot een aanbidding kwam.

Maar geloof vraagt om ordening en wanneer het godsgeloof alléén niet toereikend is, kan het door weten vervangen worden? De ene leerstelling na de andere werd door de ‘onderzoekers van de geest’ beproefd, beredeneerd, getoetst. Vervolgens verworpen door de ene of aangenomen door de ander.

wordt vervolgd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s