Geheime Agenda van CODEX ALIMENTARIUS

Codex Alimentarius; een naam die bij weinig mensen bekend is, maar wel eentje met grote maatschappelijke gevolgen. De Codex bevat wereldwijde wetgeving die inmiddels redelijk definitief is. Het betreft een uitgebreid reglement van voedselvoorschriften onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Ze is bindend voor alle lidstaten van de Verenigde Naties. Een land dat zich vanaf 31 december 2009 niet aan de Codex-afspraken houdt, krijgt economische sancties opgelegd. De codex is bedoeld om de kwaliteit van voedsel te reguleren. De werkelijke aard van de wet wordt echter in twijfel getrokken. Vandaar dit artikel. Voedsel is één van de primaire menselijke behoeftes en de kwaliteit moet zorgvuldig bewaakt worden zodat ze niet in verkeerde handen een middel wordt om ons te chanteren of te manipuleren.

Er wordt al meer dan 45 jaar aan de Codex Alimentarius gewerkt door de WTO en de WHO. Echter de ontwikkelingen zijn inmiddels obscuur te noemen. De eerste plannen voor de Codex zijn in 1962 in het leven geroepen door de Verenigde Naties, met het publieke doel om de kwaliteit van voedsel wereldwijd te waarborgen. Daarachter schuilde echter een enorme lobby van farmaceutische multinationals. Het thuisfront van de Codex-lobby was lange tijd Duitsland en de hoofdsponsor IG Farben, het kartel (bestaande uit de bedrijven Bayer, BASF en Hoechst) dat met vele dollars de machtsovername van Hitler en daarmee de Tweede Wereldoorlog mogelijk maakte. Iedere keer dat Hitlers leger een land veroverde, stond IG Farben als eerste in de rij om de gasvelden en andere lucratieve industrieën te annexeren.

Na de oorlog werden een aantal managers van IG Farben veroordeeld, maar het bedrijf zelf mocht voortbestaan, enkele voormalige oorlogsmisdadigers incluis. Decennia lang zijn er directe contacten geweest tussen IG Farben en prominente Duitse politici zoals de bondskanseliers Ludwig Erhart en Helmut Kohl (voormalige werknemers van IG Farben). In deze periode was Duitsland ook de thuishaven van de Codex Alimentarius commissie van de Verenigde Naties. In de negentiger jaren is de kern van het farmaceutische kartel verhuisd naar de Verenigde Staten. Nadat de politieke invloed in Duitsland afnam, besloten de Deutsche Bank en de Bankers Trust of America met elkaar te fuseren. Dit leidde echter tot ophef vanwege het oorlogsverleden van de Deutsche Bank en het verwante IG-Farben kartel. Uiteindelijk werd de fusie doorgedrukt op dezelfde dag dat de wereldmedia hevig berichtten over het eind van de oorlog in Kosovo. De fusie kreeg vanzelfsprekend weinig aandacht. De farmaceutische investeringsbranche is nu in handen van het Rockefeller-kartel, het machtige bankkartel in de Verenigde Staten dat de financiële motor was achter de opmars van president(en) Bush.

Langzaam komt er een grote storm aan kritiek op gang. Allereerst is de Codex een ‘Napoleontische wet’, oftewel een wetgeving die hetgeen omschreven is verbiedt tenzij anders vermeld. In gangbare wetgeving is alleen datgene verboden dat daadwerkelijk in de wetboeken beschreven staat. In de Codex daarentegen zijn alleen stoffen toegestaan die vermeld zijn en bovendien alleen tot de vastgestelde maximale dosering. De codex bevat niet alleen richtlijnen voor voedingsmiddelen, maar ook voor de stoffen hierin (vitamines, mineralen, aminozuren etc.) en voor chemische middelen die in het productieproces gebruikt worden zoals bestrijdingsmiddelen. In de praktijk komt het Napoleontische principe er op neer dat een therapeut een misdrijf begaat indien deze stoffen niet expliciet in de Codex genoemd worden.

Waarborgen van voedselkwaliteit best een nobel streven zou je zeggen. Onder het mom dat genoeg malafide voedselhandelaren en onhygiënische boerderijen en verwerkingsfabrieken zo juridisch aangepakt kunnen worden. Toch blijft het tot op zekere hoogte verwerpelijk omdat een gezonde en duurzame toekomst op deze aarde juist ligt in culturele diversiteit en lokaal initiatief. Momenteel functioneert de economie zo dat grote bedrijven die in een bepaalde regio gevestigd zijn, geen belang hebben bij het welzijn van natuur en mens in deze regio. Ze willen geld en vooral zo snel mogelijk. Bovendien is er altijd de mogelijkheid om te verplaatsen wanneer de hulpbronnen uit de eerste regio zijn uitgewrongen. Dat proces zie je nu met vele westerse productiebedrijven die naar zogenaamde lage-loon-landen verkassen. Snelle winst is interessant omdat geld allang niet meer alleen een ruilmiddel is, maar ook of vooral een investeringsmiddel. Met geld kan nog meer geld verdiend worden, bijvoorbeeld door het uit te lenen of door er mee te speculeren in de geldmarkt. Het gebrek aan lokale betrokkenheid en de snelle winstfocus zijn twee redenen waarom multinationals niet investeren in lange-termijn-oplossingen én waarom ze weinig oog hebben voor het welzijn van mens en milieu.

De rol van de consument hierin is belangrijk. Zij houdt het economische mechanisme in stand door veel producten te kopen die ver van huis geproduceerd zijn. De productketen wordt langer en ondoorzichtiger. Een goed voorbeeld is de grote Nederlandse import van sojabonen voor veevoer. Het aandeel van vegetarische sojaproducten is slechts een fractie van de totale import voor de productie van vlees. De meeste Nederlandse sojabonen komen uit Brazilië alwaar regenwoud gekapt wordt voor de boerenvelden, mensen van hun grond verjaagd worden en arme boeren er voor in de plaats komen. Wanneer het veevoer in Nederland geproduceerd zou worden (bijvoorbeeld snijmaïs), dan zou de consument veel eerder de schadelijke neveneffecten van het productieproces zien en voelen. Sowieso is de lange keten van transport, opslag, verwerking, groothandel en winkelverkoop niet alleen economisch inefficiënt maar ook ondoorzichtig. Hoe korter de keten, hoe meer consumentencontrole, hoe kleinschaliger de bedrijven en hoe meer betrokkenheid van de producent.

Het is belangrijk om de achtergronden te belichten om het principe van Codex Alimentarius en de belangen van de farmaceutische multinationals te begrijpen. De voedselindustrie is een van de belangrijkste op aarde. Miljarden mensen zijn er afhankelijk van. Je bent wat je eet, zeggen ze wel eens. Op het moment dat je voedsel importeert van de andere kant van de wereld loop je tegen een aantal problemen aan. Je hebt geen flauw idee onder welke omstandigheden (bijv vervuiling met giftige stoffen) en tegen welke sociale en milieutechnische kosten het voedsel geproduceerd is. De producten zijn minder vers en daarom minder voedzaam. En je kunt weinig anders dan toekijken wanneer de import stil komt te liggen door omstandigheden elders ter wereld.

Echter productieprocessen op kleine schaal van onderuit op te bouwen verlangt creativiteit, flexibiliteit en samenwerking en vraagt natuurlijk offers, zeker in het gematigde klimaat van Nederland. Koffie, chocolade, bananen, pinda’s, sojabonen; tropische gewassen die in West-Europa nou eenmaal niet groeien. Paprika’s en tomaten vullen de Nederlandse kassen in de zomer, maar in de winter worden ze toch echt van heinde en verre aangescheept. Eten uit de eigen regio. En met het seizoen. Iedereen moet zelf weten hoe ver hij of zij hier in wil gaan. Forceren is nooit goed. Het is belangrijk te weten dat er genoeg alternatieven zijn voor niet-duurzame, vervuilende en ongezonde productieprocessen. En dat er een toenemende groep mensen is die hier aan werkt. Zoals b.v. Transition Towns….. Wat dat betreft, is er voor de mens wel degelijk toekomst op aarde. Het knelpunt is eerder de economische verandering, met de consument zelf aan het roer. Het gros van de mensen zal HELAAS waarschijnlijk pas reageren wanneer de noodzaak daadwerkelijk daar is.

De Codex Alimentarius is onmiskenbaar een wet die past bij de globalisering van het kapitalistische systeem. De standaardisering speelt multinationals in de kaart. Voor kleine ondernemers en boeren is het omgerekend bijna onmogelijk om aan de uitvoerige productiestandaarden te voldoen. Door de Codex worden de kleine ondernemers verplicht om industriële hulpbronnen (als medicijnen voor vee) van multinationals te kopen. Bovendien gaat het Codex-principe volledig voorbij aan de kracht van de diversiteit. Wereldwijde verschillen in klimaat, levenswijze, tradities en genetische aanleg leidden tevens tot grote verschillen in voedselbehoeftes. De lokale productie van voedsel worden tegengewerkt, evenals de sociale, ecologische en economische voordelen daarvan. Maar er is meer aan de hand dan het standaardiseringprincipe alleen.

Er dreigt onweer voor natuurvoedingswinkels en doktoren die werken met natuurlijke geneeswijzen. Allereerst zijn in de Codex maximale doseringen opgenomen voor vitamines en mineralen. En deze maxima liggen erg laag, bijvoorbeeld 200 mg van vitamine C. Hiermee worden een heleboel voedingssupplementen in één klap verboden.

Kunnen we niet gewoon onze vitamines en mineralen halen uit groente, fruit en ander voedsel, in plaats van die pilletjes. De werkelijkheid is meer complex. De voedingssupplementen zijn opgekomen in een wereld waarin de voeding uit de gewone supermarkt nog maar bar weinig voedingswaarde bevat. De bekende gewassen uit de supermarktschappen zijn op veel eigenschappen gekweekt (zoals opbrengst en uniformiteit), maar niet op voedingswaarde. Bovendien worden vitamines en mineralen gedood door de lange bewaring en door de bestraling om bacteriën te doden. Vitamines en mineralen zijn noodzakelijk voor menselijk leven. Ze ondersteunen de werking van de enzymen in onze cellen. Juist wanneer mensen onderworpen zijn aan stress, ziekte of vergiftiging heeft het lichaam behoefte aan grotere hoeveelheden vitaminen, mineralen, aminozuren en andere stoffen. De Ironie van het Codex Alimentarius-reglement is dat giftige chemicaliën gestimuleerd of zelfs verplicht worden gesteld terwijl de natuurlijke voedingsstoffen die nodig zijn voor de biochemische processen om chemicaliën in het lichaam af te breken, juist beperkt worden.

De maximale doseringen zijn vastgesteld door ‘Risk assessment’ wetenschap, oftewel experimenten met proefdieren om schadelijke doseringen in te kunnen schatten. Critici noemen de onderzoeken corrupt en zeer waarschijnlijk gesponsord door de farmaceutische industrie die chemische stoffen (zoals medicijnen en bestrijdingsmiddelen) op de markt brengt. Volgens de critici is biochemisch onderzoek de enige juiste wetenschap voor voedingsmiddelen. Hierbij wordt gekeken naar de vitale functies van vitamines, mineralen etc. in het menselijk lichaam, oftewel de biochemische processen die ondersteund worden. Dit is de basis van het werk van homeopaten en andere mensen die werken met natuurlijke middelen en therapieën. Hun werk dreigt nu grondig verstoord te worden, omdat voedingssupplementen een belangrijk onderdeel zijn van hun praktijk. Bovendien vrezen ze dat maximale doseringen of algehele verboden op nu nog toegestane aminozuren en kruiden spoedig zullen volgen.

Het is goed om te begrijpen waar de belangen van de farmaceutische industrie vandaan komen! Het merendeel van de chemische medicijnen in ziekenhuizen en apotheken is ofwel direct (extractie) ofwel indirect (bewerking van moleculen) afkomstig van planten die al eeuwen of millennia lang als medicijn zijn gebruikt. Extractie en bewerking zorgen voor sterkere middelen die veel zorg verdienen vanwege de mogelijk grote risico’s en neveneffecten. De moderne wetenschap verdient zeker waardering. De geconcentreerde medicijnen kunnen zeer effectief zijn in ernstige of zelfs levensbedreigende situaties. In vergelijking met de duizenden jaren van trial en error met plantmedicijnen, draait het chemische medicijnenwiel erg rap. Veel medicijnen blijken dan ook ongewenste bijwerkingen te hebben, waarvoor nader onderzoek gewenst is.

Maar de farmaceutische industrie wil veel en snel geld verdienen. In een vrije markt economie is het zo dat niet onafhankelijke instellingen maar commerciële bedrijven het merendeel van de medicijnen ontwikkelen en er patent op aanvragen. Maar natuurlijke medicijnen, evenals vitamines en mineralen, zijn niet te patenteren. Dit is de werkelijke drive achter de chemische revolutie. Critici beweren dat de onredelijke richtlijnen uit de Codex Alimentarius bedoeld zijn om de toenemende concurrentie van natuurlijke geneeswijzen de kop in te drukken. En dan maar meteen wereldwijd. Landen die zich niet houden aan het reglement, krijgen economische sancties opgelegd. Sommige critici gaan nog een stap verder. Door mensen de toegang tot werkelijke gezonde voeding te ontzeggen, raken meer mensen ziek, moe, depressief etc waardoor de markt voor de wel toegestane chemische medicijnen alleen maar toeneemt.

Deze redenering klinkt heel bruut en het is ook zeker niet te verwachten dat elke farmaceutische werknemer en elke Codex-bureaucraat zich hiervan bewust is, maar het is goed om nogmaals de grondslag van het multinationale bedrijf te beschouwen. Deze wil op de eerste plaats haar kapitaal uitbreiden en daarmee haar concurrentiepositie verbeteren. De kapitalistische geschiedenis leert dat juist die bedrijven beloond worden die de meeste milieuschade hebben aangericht, de meeste oorlogen hebben gesponsord en de meeste mensen hebben uitgebuit. Simpelweg omdat met zo’n houding de hoogste winst te behalen valt en je vervolgens met dat kapitaal alleen maar meer kapitaal kunt maken.

Terug naar de Codex. Waar hoge voedingswaardes tegengewerkt worden, worden giftige stoffen in het productieproces juist aangemoedigd. Niet vreemd, omdat deze giftige stoffen juist de voedingswaarde doen afnemen. Zoals gezegd, is dit überhaupt het fundament waarop voedingssupplementen in opkomst raakten. Een antwoord op de vele giftige residuen in voedsel en industriële afvalstoffen in water en lucht waardoor ziektes als kanker zoveel voorkomen. Ook de organische landbouwsector maakt een revival door, met de natuurvoedingswinkels als haar afzetmarkt. De Codex Alimentarius echter, maakt van deze organische landbouw een farce. Allereerst worden antibioticakuren en hormonen in vee wereldwijd verplicht gesteld. De residuen hiervan vervuilen niet alleen het milieu, maar komen ook terecht in het voedsel van mensen. Datzelfde geldt voor de bestraling van voedsel die wordt toegepast om schadelijke bacteriën en andere organismen te doden en daarmee de bewaarbaarheid en het ‘glimgehalte’ van voedsel te verhogen. Met deze bestraling gaat echter ook de voedingswaarde verloren. Bestraling wordt nu alleen toegepast in de gangbare landbouw en niet in de biologische tak, maar met de Codex wordt het voor de gehele landbouw verplicht.

Tot slot is in de Codex een paragraaf opgenomen dat het niet langer nodig is om Genetisch Gemodificeerd voedsel (Genetically Modified Organisams –> GMO) ook als zodanig te registreren. Waar nu veel landen de import van GMO’s weigeren, wordt dit in de toekomst onmogelijk omdat GMO-dieren en planten niet langer op industriële schaal te onderscheiden zijn van ongemodificeerde organismen. Voor de farmaceutische industrie klinkt dit als muziek in de oren. GMO-dieren en planten zijn namelijk wel te patenteren; een wetenschap die in haar kinderschoenen staat en waar zeer veel geld aan te verdienen valt. Deze ontwikkeling ziet men nu al met GMO-zaad. Boeren mogen dit gepatenteerde zaad niet zelf oogsten en zijn daarom verplicht om steeds weer zaad te kopen van multinationals als Monsanto. Monsanto heeft al een aantal rechtszaken gewonnen van boeren die onwetend GMO-zaad oogstten dat toevallig op hun land was beland. De boeren moesten van de rechter schadevergoedingen betalen aan het miljardenbedrijf.

De zaadteelt is sowieso de achilleshiel van de moderne landbouw. Sinds de jaren 70 van de 20e eeuw is er wetgeving opgekomen die het verplicht stelt om nieuwe zaadrassen tegen duizenden euro’s te registreren (zowel eenmalig als jaarlijks). Dit heeft veel kleine zaadtelers de nek omgedraaid. Als gevolg hiervan is de variëteit in landbouwgewassen en -rassen in nog halve eeuw tijd gigantisch afgenomen. De genetische diversiteit waarop het merendeel van de wereldbevolking gevoed wordt, is nogal dun nu. Er is weinig back-up wanneer een gewas systematisch door ziektes en plagen vernietigd wordt. Landbouwexperts noemen dit een groot risico. En GMO-gewassen en -dieren zijn de overtreffende trap van dit scenario. De diversiteit is gering en over hun ziektegevoeligheid valt weinig te zeggen. Bovendien is het een immens experiment om GMO-organismen in de vrije natuur van boerenvelden toe te laten. Over vervuiling weet men nog weinig. Bovendien kunnen uit mutaties met bestaande onkruiden of dieren ‘superonkruiden’ en ‘superplagen’ ontstaan. Tot slot zijn er de gezondheidsrisico’s voor de mens zelf. Wat zijn de gevolgen van in ons voedsel ingebouwde menselijke genen, medicaties of bestrijdingsmiddelen?

Wat kun je met de informatie over deze Codex doen?:

  1. Met andere mensen praatten over de Codex en aanverwante thema’s
  2. Informatie zoeken over Codex op internet. Vergelijk de informatie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bijvoorbeeld eens met die van de Health Freedom USA.
  3. Een elektronische handtekening zetten voor een petitie van Eliant, een Europese organisatie voor antroposofische (biodynamische) landbouw en gezondheidszorg. Zij is goed op weg om een  miljoen Europese handtekeningen te verzamelen waarmee een burgerinitiatief ingediend kan worden. Tekenen kun je hier:
  4. Jezelf bewust worden van datgene dat je eet.
  5. Voedsel uit Nederland eten en met de seizoenen meegaan. Zoals onze grootouders…
  6. De biologische landbouw steunen door (een deel van) je voedsel te kopen bij de natuurvoedingswinkel. Voor veel mensen is de hoge prijs een drempel. De ironie is echter dat de hoge prijs  grotendeels voortkomt uit de pogingen van de gangbare landbouw en supermarkt om hun concurrent de kop in te drukken. Maar hoe meer mensen biologisch gaan eten, hoe meer de prijs gaat dalen.
  7. Lokale landbouwinitiatieven steunen. Sommige mensen beginnen een eigen moestuin. Voor mensen die echt gedreven zijn, is er de mogelijkheid om projecten te initiëren,      bijvoorbeeld de aanleg van eetbare stadstuinen of vrijwilligersprojecten op biologische boerderijen. In Nederland zijn momenteel enkele Community Supported Agriculture (SA’s) actief, waaronder: De Aardvlo te Bunnik, De Kraanvogel te Esbeek, De Nieuwe Ronde te Wageningen en De Oosterwaarde te Deventer. Contactinfo van deze boerderijen is gemakkelijk op het internet te vinden.
  8. Je niet uit het veld laten slaan door de enorme uitdagingen waarvoor we staan. Niemand kan in zijn eentje de wereldproblemen op zijn schouders nemen. Alle beetjes helpen.

Uittreksel artikel van Miquel Buckinx miquel.buckinx@gmail.com Bewerkt en ingekort doorGabriele van Doorn

Centrale bronnen van informatie:
– website Nederlandse Codex Alimentarius Commissie:
– website Health freedom USA:
– website Dr Rath health foundation:
– video ‘Nutricide: criminalizing natural health, vitamins and herbs’ door Dr. Laibow (te vinden via google-video:
– video ‘the power of community: how Cuba survived Peak Oil’ (te vinden via google-video:
– Douthwaite, R (1996) Short circuit: strengthening local economies for security in an unstable world, Green Books: Foxhole/Dartington/Totnes/Devon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s